Home  > Dutch > Level 1 > Situation Practice > At A Market
At A Market

Hoeveel is een banaan?

How much is a banana?

Nee, niet dat, ik wil dat.

No, not that, I want that. [Pointing]

Hallo, heeft u tomaten hier?

Hi, do you have tomatoes here?

Ik wil twee appels en drie sinaasappels.

I want two apples and three oranges.

Hoeveel is dat?

How much is that? [Pointing]

Heeft u brood?

Do you have bread?

Ik wil dat en dat alstublieft.

I want that and that please. [Pointing]

Hoeveel is één sinaasappel?

How much is one orange?

Ik wil die sinaasappel.

I want that orange.

Ik wil drie van dat alstublieft.

I want three of that please.

Heeft u wortels?

Do you have carrots?

Ik wil vijf appels.

I want five apples.

Wat is dat?

What is that? [Pointing]

Ik wil vier bananen.

I want four bananas.

Dank u.

Thank you.




Excuse me Sir.

Hallo, ik wil drie appels alstublieft.

Hi, I want three apples please.

Ik wil één banaan.

I want one banana.

Hallo, ik wil vijf tomaten.

Hi, I want five tomatos.

Ik wil twee wortels.

I want two carrots.

Heeft u bananen?

Do you have bananas?